Wat is er zo bijzonder aan Il libro dell'arte van Cennino Cennini?

Cennino Cennini's Il libro dell'arte wordt vandaag de dag nog steeds beschouwd als een absoluut standaardwerk op het gebied van restauratie en schildertechniek. In dit veertiende-eeuwse traktaat geeft de kunstenaar werkelijk al zijn geheimen over schilder- en tekenkunst prijs. Hendrik Van den Bossche, kunstrestaurateur en medevertaler van het Italiaanse manuscript, vertelt ons waarom dit boek zo belangrijk is.

Wat is er zo bijzonder aan Il libro dell’arte van Cennino Cennini?
Dit traktaat is het enige en meest complete gestructureerde werk over de schilderkunst uit de veertiende eeuw en alles wat daarvoor tot ons is gekomen. Zo is er in onze contreien niets van betekenis bewaard gebleven over de technieken van de Vlaamse primitieven. Dit komt omdat er vooral mondeling werd overgeleverd. Het interessante aan Il libro dell’arte is dat de technieken die erin beschreven zijn ook grotendeels bij ons van toepassing waren. Er zijn natuurlijk regionale verschillen: men koos voor de materialen die voorhanden waren. Zo verkoos men bij ons eik als drager terwijl in Italië populier gangbaar was. Het is evenwel dankzij Cennino Cennini dat wij ons een beeld kunnen vormen van wat bij ons gebeurde en van wat men beschouwt als de internationale schildermethode in West-Europa in die tijd.
 
Het is ook het enige traktaat over schilderkunst dat zoveel concrete informatie bevat.
Inderdaad, en daardoor is het ook perfect mogelijk om de recepten te reproduceren. Het boek staat ook vol levendige, en vaak grappige informatie over die tijd. Zo vertelt Cennini bijvoorbeeld, over het behandelen van panelen met been:
 
“Neem een klein paneeltje, zo’n 15 à 20 cm groot in elke richting, helemaal glad en schoon, dit wil zeggen, gespoeld met schoon water, afgewreven. Wanneer dit paneeltje helemaal droog is, neem je voldoende been. […] Neem beenderen van de poot en vleugels van gevogelte en hoe ouder ze zijn, hoe beter. Zoals je ze vindt onder de eettafel steek je ze in het vuur en wanneer je ziet dat ze witter dan as geworden zijn, haal je ze eruit en vermaal je ze grondig op het porfier. ”
 
Blijkbaar was het de gewoonte om de etensresten gewoon onder tafel te keilen.
 
Voor het maken van houtskool raadde hij aan om de plaatselijke bakker een bezoekje te brengen. 
Dankzij Cennini beschikken we over een zeer goede beschrijving van hoe houtskool op een ambachtelijke manier werd gemaakt, met wilgentakken. Zo schreef hij:
 
“Voeg ze samen zoals een bundel zwavelstokken. Neem een kookpot en vul die met de bundeltjes. Plaats het deksel erop en sluit dit af met klei. Ga dan ’s avonds naar de bakkerij, en plaats de pot in de oven en laat hem daar staan tot ’s morgens en zie of deze stukken houtskool voldoende geroosterd zijn en goed zwart.”
 
Ook hier krijgen we een glimp van hoe het leven in de veertiende eeuw georganiseerd was. Ik zou het hoofd van onze bakker wel eens willen zien als die mij ziet opdagen met mijn pot houtskool!
 
Cennino Cennini besteedt heel wat aandacht aan het vervaardigen van de verschillende kleuren en aan het maken van verf.
Het middeleeuws palet was dan ook beperkt. Zo lezen we bij Cennini dat er zeven natuurlijke kleuren waren, waarvan slechts 4 mineralen, namelijk zwart, rood, geel en groen; en drie natuurlijke kleuren die ‘kunstmatige’ hulp nodig hadden, zoals krijtwit, de blauwen ultramarijn en azuriet, en giallorino (een soort geel). Uit de vele hoofdstukken die Cennini hieraan wijdt blijken de grote inspanningen die men moest leveren om de nodige en juiste kleuren te verkrijgen. Er kwam veel wetenschappelijke kennis bij kijken, wat in zijn tijd bekend stond als alchemie. Dankzij Cennini beschikken we over de bruikbare recepten voor het maken van vele middeleeuwse kleuren en verfsoorten. Alleen al voor de beschrijving van het recept van ultramarijnblauw is dit boek uitzonderlijk te noemen. Ultramarijnblauw werd gemaakt van lapis lazuli dat helemaal vanuit Afganistan werd geïmporteerd. Het was duurder dan goud. De steen moest verbrijzeld worden tot een bruikbaar pigmentpoeder, maar niet zo fijn dat ze transparant werd en daardoor niets meer waard was. Daarna was er een ingewikkeld proces om het blauw hieruit te extraheren.
 
Cennino Cennini heeft het over Giotto en schrijft dat hij het schilderberoep moderniseerde.
In zijn inleiding vermeldt Cennino Cennini dat Giotto de man was die het beroep van schilderen terugbracht van Grieks naar Latijns. Met Grieks bedoelde Cennini de Byzantijnse schilderkunst en met Latijns de Italiaanse ‘West Europese’ schilderkunst. De paneelschilderingen van de Byzantijnse schilders hadden door een overvloedig gebruik van olievernissen een donker, troebel karakter. Men werkte op een gipslijmgrond waaraan zeep, honing en olie werden toegevoegd en het geheel werd met ei overschilderd. Vergeleken met de gecompliceerde Byzantijnse schildermethode betekende de ei-temperatechniek van Giotto een grote vooruitgang. In Italië en bij uitbreiding de rest van West Europa werd gedurende de dertiende en de veertiende eeuw bijna uitsluitend met deze techniek gewerkt.
 
Het boek is niet alleen interessant omwille van de verschillende recepten en technieken, maar evenzeer omwille van de tijdsgeest die uit het werk blijkt. Zo staat het vol met (vaak grappige) weetjes over het leven in de veertiende eeuw.  
Inderdaad. Cennino geeft bijvoorbeeld advies in verband met make-up en waarschuwt voor het overdadig gebruik ervan:
 
“In de uitoefening van ons beroep zal je soms moeten kleuren of schilderen op vlees, vooral het gezicht beschilderen van een man of vrouw. Je kan je kleuren aanlengen met ei of, voor opsmuk, met olie of met vloeibare vernis, die het sterkste bindmiddel is van allemaal. Maar, wat als je deze kleur of tempera achteraf van het gezicht wil afwassen? Neem eigelen, smeer ze uit over het gelaat en wrijf met je hand. Neem dan heet water, dat je gekookt hebt met kaf of zemelen, en was het gezicht.”
 
Vermoedelijk zijn we hier getuige van de allereerste moderne gezichtspeeling!
 
Verder lezen we: “Het kan gebeuren dat je in dienst van jonge dames, en zeker die van Toscane, kleuren moet maken die ze gebruiken om zich mooi te maken.”
 
Het gaat dus over schmink. Maar Cennino waarschuwt voor de gevaren van een teveel aan make-up, onder meer omwille van de gevaarlijke stoffen die in de verf aanwezig waren, zoals lood:
 
“Ik waarschuw je dat je uiterlijk snel zal verweren, indien je kunstmatige mengsels gebruikten dat je tanden zullen zwart worden. En uiteindelijk worden de dames oud voor hun tijd en zij verworden tot de meest afzichtelijke oude vrouwen die je je kan voorstellen. En dit moet volstaan voor dit onderwerp en ook omdat het God en Onze-Lieve-Vrouw misnoegt.”
Het handboek van de kunstenaar - Il Libro dell' Arte

Het handboek van de kunstenaar - Il Libro dell' Arte

Cennino Cennini - Vertaald door Hendrik Van den Bossche & Hilde Theuns

19.90

more insights

see all
Een unieke blik op het Japan van de negentiende eeuw
Een unieke blik op het Japan van de negentiende eeuw
In het archief van José Vermeersch
In het archief van José Vermeersch
Shin Hanga
Shin Hanga
Het late werk van 30 beroemde kunstenaars anders bekeken
Het late werk van 30 beroemde kunstenaars anders bekeken
De Parijse Commune in beeld
De Parijse Commune in beeld